Jacob van Kokswijk: “De mens is wezenlijk aan het veranderen"
Interview in TVM mei 2004 vakblad voor de AV- en Internetindustrie blz. 23-25 Tekst: Toine Rongen © 2004
De
invloed van informatietechnologie op ons gedrag, dat is het specialisme van Jacob
van Kokswijk (54), principal consultant bij Cap Gemini Ernst & Young,
auteur van verschillende columns en schrijver van het boek ‘Mensen’ over de
virtuele wereld van vandaag en morgen. Zijn profetische monoloog over de
gevolgen van de informatie-revolutie en het ontstaan van de ‘nieuwe mens’ stak
de Eindhovenaar af in een zwaar beveiligd gebouw van zijn werkgever, pal naast
de snelweg, in Utrecht. “Zonder te oordelen vraag ik me voortdurend af: waar
gaat dit naar toe?”
“De nieuwe wereld bekijk ik met een mengeling van verbazing, zorg maar ook met
genoegen. Zo kunnen we door de informatietechnologie ongeacht plaats - thuis,
de kroeg, op straat - en tijd - tijdens weekenden, overdag en ‘s nachts - met
elkaar communiceren en samenwerken. Internet, mobieltjes, chatrooms, sms: ze
creëren een alsmaar sneller verschuivende realiteit. Wat me daarbij opvalt, is
dat technologie mensen meer scheidt dan bindt. De techniek maakt het namelijk
mogelijk te negeren, te prioriteren, om letterlijk voor te dringen. (Wijzend
naar zijn mobieltje op tafel) Ik praat nu met je, maar als hij afgaat, breekt
de beller ons gesprek abrupt af. Dat kan irritatie oproepen, bij jou, bij mij
ook. Verder valt het me op dat door de groeiende kwantiteit van middelen de
kwaliteit van onze communicatie daalt. Een pijnlijke boodschap wordt meer en
meer afgedaan met een mailtje of een sms-je. Je kunt daarin horkeriger, korter,
emotioneel neutraler zijn dan in regulier, fysiek contact. Vorig jaar ontsloeg
een Brits bedrijf 500 medewerkers per, let wel, email. Is er nog respect voor
mensen, waar gaat dat naar toe, denk ik dan. Wat voor boodschap geeft een callcenter
van een bedrijf dat bellers keer op keer het bos instuurt, dat de klant
bijvoorbeeld een reparatie dient te betalen terwijl hij in de winkel hoorde dat
dat juist onderdeel was van de service. Voordeeltjes blijken in de praktijk
vaak nadelen te zijn of zelfs leugens. Een draadloos modem zal zondermeer een
zegen zijn, maar uit eigen ervaring weet ik dat het geadverteerde zelf-installeren
van zo’n ding alles behalve "doe het zelf" is. Wie via internet
een goedkope vlucht bij Transavia boekt maar later bij het vervallen van de
vlucht ontdekt dat hij geen geld terug krijgt, is een illusie armer. Daarnaast
functioneert de techniek vaak niet zoals het moet. Als je op de hei je enkel
verzwikt en een ambulance via je mobieltje oproept, lees je "zoekt
netwerk" op je schermpje. Leuk, denk je dan, die technologie. Ik gaf
laatst een lezing bij een IT-bedrijf. Ze nodigde me uit om met een laptop in de
trein online te gaan werken. Toen ik zei dat ik dan tussen Eindhoven naar
Utrecht minstens tien keer zou worden onderbroken, werd er uit herkenning
besmuikt gelachen. Iedereen weet dat de technologie nog lang niet klaar is, het
doet niet wat het belooft. Dat blijft een bron van irritatie en van
scheidingsmomenten.”
SPAANSE VERKIEZINGEN
“In The Herald Tribune las ik een verslag over de Spaanse verkiezingsstrijd. Op
de verkiezingsdag is het verboden om campagne te voeren, om reclames te
versturen. Maar, zo ontdekte de campagnevoerders van de oppositie, de wet
verbiedt het niet om elkaar te emailen en te sms-en. Tijdens de verkiezingsdag
was het sms-verkeer 50 procent hoger dan standaard. Miljoenen ontvingen een
bericht waarin stond hoe slecht de oude regering de problemen aanpakte. ‘Je
kunt met een mobiele telefoon niet alleen een bom opblazen (zie 13-3). Maar ook
een regering,’ concludeerde de krant. Met de moderne technologie bezit ieder
van ons over een flink machtsmiddel. Heb jij ruzie met American Express
bijvoorbeeld dan tik je bij de zoekmachine op internet @americanexpress.com in.
Vervolgens verschijnt er op je beeldscherm de emailadressen van pakweg 150 American
Express-medewerkers. Een potentiële stookplek. Opvallend detail hierbij: beleidmakers
kunnen de snelheid van de ontwikkelingen vaak niet bijbenen.”
“Gelukkig zien meer en meer organisaties ook de beperkingen van techniek in. Zo
wordt het emailen van medewerkers over gevoelige onderwerpen meer en meer aan
banden gelegd. Heel verstandig. Het efficiënt onder woorden brengen van
gevoeligheden gaat namelijk gepaard met een groot aantal neven-communicaties.
Denk aan de blik in je ogen, je stemkleur, de pauzes in het gesprek,
enzovoorts. Bij emails kijken gebruikers alleen naar de letterlijke tekst. Bovendien
schrijven en sturen mensen, vaak op het hoogtepunt van hun boosheid, de mail.
Na tien seconden kan die weer zijn geluwd, maar die mail terughalen, lukt dan
niet meer. Als die naar je hele adressenlijst is verstuurd, kan zo’n emotioneel
berichtje in korte tijd enorm escaleren.”
CYBERWORLD
“Voor mijn boek chatte ik twee jaar lang in talloze chatboxen. De cyberworld is
een totaal andere wereld met een eigen taal, een mix van Engelse woorden en
afkortingen, met eigen waarden en normen. Dat ik me uiteindelijk uitgaf als
jongere en niet als degene die ik werkelijk ben, kwam voort uit noodzaak. Als
54-jarige werd ik namelijk niet geaccepteerd. Iemand tikte: “Wil die ouwe lul
zo snel mogelijk ophoepelen.’ In de virtuele wereld kun je niet eten, niet ziek
worden, maar voor jongeren wordt het wel meer en meer een reëel onderdeel van
hun bestaan. Ze kunnen zich anders voordoen dan ze in het echte leven zijn:
mooier, slimmer, stoerder, the sky is wat dat betreft the limit. Ze kunnen zich
ook met verschillende identiteiten presenteren. In het echte leven een bepuiste,
nerveuze student, in de chatbox een koele, succesvolle en topfitte
entrepreneur. Jongeren geboren na 1980, midden in het digitale tijdperk, maken
zich de nieuwe communicatietechnologie als vanzelfsprekend eigen. Jongeren
denken automatisch digitaal, hoppen van real naar cyber. Mensen van voor 1980
kunnen moeilijk op die ontwikkelingen inhaken. Logisch ook, wij hadden als baby
geen mobieltje in de wieg. Sommige baby's van vandaag wel. Vroeger krijsten we
hard hard om de aandacht van onze moeders te winnen, tegenwoordig drukken ze op
het knopje zend. Of de jeugd, geboren in de digitaliteit, letterlijk genetisch
anders is, kan ik niet bewijzen. Wel past de natuur zich altijd aan de nieuwe
omstandigheden aan. De lucht van vandaag is vuiler dan twee eeuwen terug, toch
leven we door. Waar ouderen nog dachten dat ze alle Duitse woordjes uit hun
hoofd moesten leren, vertrouwen onze kinderen volledig op de spellingscontrole.
Hun manier van informatie vergaren is veel sneller. Maar ook hun manier om
informatie te blokkeren. Veel jongeren lijken onverschillig en vooral zwijgend
in de wereld van vandaag te staan. Daarachter schuilt vaak de strategie van:
niet regeren maar negeren is vooruit zien. Zeg je niks dan heb je ook geen sores.
Als je informatie blokkeert, heb je er ook geen last van. Waarom zou je
bijvoorbeeld na terugkeer van vakantie je hele emailbox vol oude koek lezen?
Als het echt belangrijk was, meldt die persoon zich wel opnieuw. De jeugd
brengt filters aan, zodat ze niet aan de infolawine ten onder gaat. Hun
emoties, hun fantasieën, hun avonturen botvieren ze meer en meer in de cyberworld.
Er zijn zelfs futurologen die beweren dat de hemel, het paradijs, waarover de
grote profeten spraken, de cyberworld is. Nu al bestaat de techniek om een mens
via een projectiescherm drie dimensionaal te klonen. Terwijl je thuis ziek,
zwak of misselijk bent, laat je je bijvoorbeeld tijdens een vergadering
vertegenwoordigen door je kloon die precies reageert zoals de echte ‘jij’ het
zou doen. Tja, het leven op aarde wordt wel allemaal een stuk exentrieker.”
VEREDELING
“In de cyberworld kan bijvoorbeeld iedereen zich het volmaakte uiterlijk
aanmeten. In mijn boek geef ik een voorbeeld van popidool Shakira, die op haar
site haar uiterlijk nog meer heeft vervolmaakt. Wat je al ziet is dat de cyberworld
het beeld van schoonheid in de echte wereld beïnvloed. Zelfs het proces van
veredeling schiet meer en meer wortel; het toch bedenkelijke proces om mensen
te verbouwen naar een ideaal beeld. Symptomatisch daarvoor is de groeiende
populariteit van plastische en cosmetische chirurgie en de ontwikkeling van
genetische technologie. Met die invalshoek kijk ik ook naar Idols, het
televisieprogramma dat wereldwijd een hype is. De finalisten doen alles om
precies aan de selectiecriteria van de makers waaraan jongeren die beroemd en
succesvol willen worden in de popmuziek moeten voldoen. Dat diverse leiders en
machtswellustelingen vroeger poogden de ideale mens te bouwen, vinden/vonden we
allemaal afschuwelijk. Maar het doel van Hitler en Mengele is vergelijkbaar met
wat de makers van Idols nu doen. Kandidaten gaan naar mate de show vordert
steeds meer op elkaar lijkenm schreef Martin Bril. Kids van zes, zeven jaar,
doen al moeite om te voldoen aan het ideaalbeeld wat ze op de televisie zien of
op een cd horen. Henny Huisman begon daar destijds mee: kinderen die hun idolen
imiteren. ‘Wat lief en onschuldig’, dachten we toen nog. Maar er schuilt
volgens mij een bewust commerciële planning achter. Tik sexidols.nl in en je
komt bij RTL. Het programma bestaat nog niet, maar de belangstelling is er al.
Dat mensen zich modelleren naar ideaalbeelden is niet nieuw. In het recente
verleden werd daar altijd erg kritisch op gereageerd. Maar nu niet meer. (toevoegen:) Mensen laten uit zogenaamde vrije wil hun
lichaam op vaak pijnlijke wijze "verbouwen" om aan een
veredeld en vaak sexistisch ideaalbeeld te voldoen. Vandaar ook mijn
conclusie: de mens is wezenlijk aan het veranderen.”
TIJDBEWUSTER
“Ook via de kinderen in mijn omgeving hou ik de ontwikkelingen bij. Op zich is
de uitspraak ’Iedereen heeft zijn eigen waarheid’ bijna een cliché, maar toen
ik het uit de mond hoorde van mijn zoon, kreeg het een extra lading. Iedereen
gaat meer en meer zijn eigen, unieke wereld scheppen, zijn eigen waarheid
creëren. Ze groeien daarom ook totaal anders op dan wij. Ze maken daardoor
andere keuzes dan oudere generaties. Ze zijn resultaat gerichter. Jij bent
tevreden als je een brief op de bus doet. Ik merk dat kinderen vaak
tijdbewuster zijn. Ze vragen zich sneller af: Wanneer komt die post aan? Dat
komt ook door school. Als je over de deadline komt, krijgen ze strafpunten. Ze
richten zich daarom ook niet op bijvoorbeeld een dertigjarige hypotheek zoals
wij. Dat vinden ze zinloos. De wereld verandert pijlsnel, je werkgever raakt
misschien failliet, je wordt op straat gezet, aan de WAO wordt nu al
geknabbeld. Waarom dan dertig jaar lang je maandelijkse hypotheek ophoesten?
Ook zij weten niet hoe de wereld er straks uit gaat zien. Vijf jaar vooruit
denken, laat staan plannen, vinden ze al heel ver. Dan komen ze namelijk op het
punt dat ze de studielening moeten terug betalen. Daaraan denken ze liever
niet. Hun scoop staat hooguit op anderhalf jaar. Met wie ga ik deze zomer op
vakantie? Dat is nu de vraag. Hoe je het ook wendt of keert, die visie, vind
ik, getuigt van realisme.”