Telecommune                                                                              final version            630 woorden

 

In Engeland heb je nu flirt alert . Je telefoon gaat en een blind-date meldt zich. Mocht het tot een vervolg komen, kun je je versiervaardigheden testen door te reageren op vragen van je virtuele vriendin. De mobiele industrie gaat in zee met Playboy voor de mogelijkheid kleurenplaatjes te bekijken en door te sturen naar anderen. Online-strippokerspelletjes en videoclips zijn op komst. De telecomsector lijkt met deze diensten te vallen voor het erotische segment in de vermaakindustrie dat tot nu toe altijd een ‘killer’-applicatie is gebleken van de consumentenelektronica. De aanbieders moeten wel alles uit de kast halen omdat de marges op het normale spraakverkeer inzakken en de groei in de verkoop van nieuwe abonnementen stilvalt. Opvallend dat de sector na de 06-lijnen in de huidige telecomkommertijd wederom contact zoekt met een vermaakindustrie, waar geld wordt verdiend aan verslaving, illusie en banale lust. Is dat hun gelijkenis? De grootste kinokaskrakers (Titanic, Lord of the Rings, Harry Potter, Jurassic Park, Shrek) hebben een aantal kenmerkende overeenkomsten: ze gaan over dingen van de dag: relaties, avontuur en groepsverbondenheid. Daarom zijn ze populair bij jong en oud. Ze hebben een scala aan sexloze ‘cross selling’ en nevenprodukten. Dat is wat anders dan bij telecomboeren. Hun relatie met de klant is fragiel, het is een avontuurtje om verbinding te leggen en je kunt standaard alleen maar solo bellen. Waarom hebben we geen ICQ op de telefoon? Waar blijft de beeldtelefoon? Samenwerken met branchevreemde partijen is voor telecommers een crime. Einstein verbond in de vorige eeuw AT&T met de studio’s in Hollywood door kenbaar te maken dat telecommunicatie kon worden vergeleken met een kat die je in New York aan zijn staart trekt en waarvan de kop in Los Angeles miauwt. Einstein zorgt nu met IBM voor Europese multiplatform TV [1]. Telefonica en Endemol ten spijt is de telecompetitie niet verder dan transporteren gekomen. Was het in de vorige eeuw nog gewoon dat je wist wat wel of niet functioneerde, nu hebben we in de digitaliteit een overvloed aan telecommerciële aanbieders, maar geen zekerheid of je ergens aansluiting hebt, contact krijgt of geholpen wordt.

Leerboeken en rijksbegrotingen roemen over behoefteanticipatie. We gaan leveren wat de burger en klant vraagt. In nagenoeg alle branches wordt de pushmarketing snel afgevoerd. Desondanks worden wij nog steeds besproeid met discutabele nieuwe telefoondiensten en produkten. De een levert gouden telefoons met ingelegde briljanten en de ander zet de puntjes op de i-mode. Bij hoogconjunctuur worden de rokken korter, de wachtlijsten langer en de beltarieven lager. Als je maar frequent van provider wisselt. Waarom is er geen telecom-Aldi? Dankzij de OPTA hebben we nu carrierselect, preselect, flatrate, belbundels en voordeelnummers. Weet u hoe het werkt? Willen we het eigenlijk wel weten? Zoeken we niet gewoon menselijk contact in plaats van virtuele vriendinnen? Telecommune doen? We wisselen pikante nieuwtjes liever in ons clubje uit! Onlangs nam ik interviews af bij jongeren en ouderen over de functionaliteiten die ze verwachten van nieuwe generaties mobiele telecommunicatie. Nummer 1 bij jongeren staat ‘constant zien wie van je vrienden ‘online’ is’, gevolgd door een groepschat. Bij ouderen staat ‘snelle en makkelijke toegang tot informatie die je vaak nodig hebt’ bovenaan de wensenlijst. De behoefte van mensen is dichtbij de mens. Mazlov vertelde dat een eeuw geleden al. Telefoon legt contact, maar mag het niet vervangen. Sociale veiligheid is ook geen camera of alarmknop. De behoefte is kwaliteit van leven voor iedereen op aarde. De succesformule van telecommunicatie is zo makkelijk en goedkoop mogelijke diensten voor zoveel mogelijk mensen[2]. We doen kennelijk liever moeilijk, duur en schaars. Tientallen miljoenen voor onderzoek naar een exotische ziekte en nog steeds geen medicijn tegen snotneuzen of koortslippen. ‘Die heeft geen hobby’s’ zegt mijn puberzoon altijd als iemand iets moeilijks aan het doen is. Zijn hobby is flirten, gewoon live.

 

Jacob van Kokswijk



[1] www.einstein.tv feeds a hungry mind;

[2] volgens Mark Hoogenboom in ‘De Mobiele samenleving’, Pearson Education ISBN90-430-0368-9.